Direct naar inhoud

Wagenmakerij W. Hoogvliet

Willem Hoogvliet begint in 1895 zijn wagenmakerij. Zijn werkplaats lijkt op vele andere, maar hij maakt gelukkige keuzes. Zo verhuist hij op tijd naar een gunstige locatie en investeert vroeg in machines. Als de auto in opkomst is, levert hij houten opbouwen op maat. Door ook parketvloeren te leggen, ladders te maken en kruiwagens te verkopen, overleeft het bedrijf moeilijke tijden. Terwijl de wagenmakerij rond 1960 uit Nederland verdwijnt, blijft de firma Hoogvliet bestaan tot 1974. Daarna neemt Museum Rotterdam een groot deel op in de collectie.

Wagenmakerij aan de Dordtsestraatweg

Rond 1880 bestaat het gebied ten zuiden van de Nieuwe Maas grotendeels uit boerenland. Achter de pas aangelegde havens van de Rotterdamsche Handelsvereeniging strekt de polder zich uit tot aan de horizon. Op de plaats waar tot voor kort een tolhuis stond, vestigt Willem Hoogvliet in 1895 zijn wagenmakerij. De locatie is strategisch gelegen aan de belangrijkste verbindingsweg naar Barendrecht en Dordrecht.

De aanleg van de Maashaven dreigt deze route echter af te snijden. Nog vóór het zover is, verhuist de wagenmakerij in 1899 naar de Dordtsestraatweg. De ligging van het pand is vastgelegd op een kadastrale tekening en van de verbouwing zijn twee blauwdrukken bewaard gebleven.

In 1905 is het landschap ingrijpend veranderd: in de Rijnhaven worden schepen geladen en gelost, terwijl boerderijen en buitenverblijven hebben plaatsgemaakt voor kantoren en loodsen. Op het door Rotterdam geannexeerde grondgebied van Charlois nadert ook de Maashaven haar voltooiing. Daarmee verandert Katendrecht in een schiereiland ‘op Zuid’.

Gerard Roos fotografeert in 1946 deze bedrijven en huizen aan de Dordtsestraatweg. De wagens, karren en carriers die voor de sigarenwinkel staan opgesteld, worden gemaakt en verhuurd door de firma Hoogvliet, uiterst links op de foto. Collectie Stadsarchief Rotterdam.

Werkplaats

Het gereedschap van wagenmaker Willem Hoogvliet was grotendeels gelijk aan dat van de timmerman. Naast de gebruikelijke zagen, schaven, boren en beitels vroeg de vervaardiging van wielen echter om enkele specifieke werktuigen. Zo gebruikte hij een spaakzwei om de exacte hoek te bepalen waaronder de spaken in de wielnaaf werden gedreven. Daarnaast werkte Hoogvliet met mallen om onderdelen van wagens en karren nauwkeurig af te tekenen. Hij maakte ze van afvalhout en hing ze – gesorteerd op functie en afmeting – in zijn werkplaats.

In de wagenmakerij begon de mechanisatie omstreeks 1900. De schaaf maakte plaats voor de vlakbank, terwijl de draaibank zijn intrede deed bij het vervaardigen van wielnaven; lepel- en fretboren werden vervangen door de boormachine, hand- en spanzagen door de lintzaag.

Vanaf 1917 mechaniseerde Willem Hoogvliet diverse houtbewerkingen in zijn werkplaats. Hij liet ze aandrijven door een as- en poeliesysteem dat verbonden was met een elektromotor. Met de installatie van een elektrische lintzaag rond 1920 deed hij een investering die lang niet al zijn collega’s zich konden veroorloven.

Verschillende zwart-witfoto’s in de documentatie van Museum Rotterdam geven een indruk van de wagenmakerij van Willem Hoogvliet in 1975, vlak vóór het verdwijnen van het bedrijf.

Stadsverkeer

Terwijl wagenmakers op het platteland zich rond 1920 vooral toeleggen op agrarisch werk, ligt in de stad de nadruk op wegtransport. Daar maken zij onder meer sleperswagens, hondenkarren en allerlei krui- en handwagens. Met de opkomst van de auto stappen veel jonge vaklieden over op carrosseriebouw. Ook Willem Hoogvliet speelt hierop in: klanten die een bijzondere houten opbouw voor hun chassis wensen, kunnen die bij hem op maat bestellen.

Om minder kwetsbaar te zijn, verbreedt de firma Hoogvliet haar activiteiten. Naast het bouwen en repareren van voertuigen maakt het bedrijf ladders, ontwerpt en legt parketvloeren en verkoopt (elders ingekochte) kruiwagens. Zo doorstaat de wagenmakerij zowel de economische crisis van de jaren dertig als de oorlogsjaren.

Na 1950 neemt de houtbouw snel af. Wagenmakers die niet overstappen op staal, doen vooral nog reparaties aan laadbakken. Complete vrachtauto’s worden goedkoper in de fabriek geproduceerd. Met het verdwijnen van het paard uit de landbouw rond 1960, verdwijnt ook de traditionele wagenmakerij. De firma Hoogvliet vormt hierop een uitzondering en blijft nog actief tot in de jaren zeventig.

G.J. van Overbeek schildert in de periode 1930-1940 een levendig tafereel van de besneeuwde Coolsingel. Het stadhuis en postkantoor zijn herkenbare blikvangers. Te zien is hoe de traditionele paard-en-wagen nog altijd deel uitmaakt van het stadsbeeld, naast moderne vervoermiddelen als trams en ‘automobielen’. Collectie Museum Rotterdam.

Constructie van het ensemble

In 1975 benadert Museum Rotterdam de erfgenamen van Willem Hoogvliet. Het museum ziet de vrijwel complete wagenmakerij als unieke kans om bezoekers inzicht te geven in dit ambacht. Ook wordt de wagenmakerij als sprekend voorbeeld beschouwd van een snel veranderend dagelijks leven in een stad die berucht was om zijn kinderkopjes en sleperswagens.

De erfgenamen dragen een grote verscheidenheid aan voorwerpen over, terwijl het museum de werkplaats uitgebreid documenteert. Later wordt in museum De Dubbelde Palmboom een wagenmakerij gereconstrueerd, opgebouwd uit onderdelen van de firma Hoogvliet en die van J.J. den Hollander, het leerbedrijf van Willems zoon.

Dit ensemble laat de veelzijdigheid van het vakmanschap en ondernemerschap zien. De opzet is geïnspireerd op een letterbak en verwijst naar de werkplaats, waar alle materialen overzichtelijk binnen handbereik lagen. Kadastrale tekeningen, blauwdrukken, ontwerptekeningen, historische foto’s en objecten schetsen samen een compact beeld van de vele facetten van het bedrijf.

 

De fotografie van het ensemble met collectiebeheerder Nikki Wijnen en fotograaf Lotte Stekelenburg (2026). Foto Mayke Groffen, Museum Rotterdam.

Meer weten over de objecten uit dit ensemble?

Zoek in onze collectie naar objecten van de Wagenmakerij W. Hoogvliet

Bekijk hier de andere ensembles

  • Cadeaus van Van Nelle

    • Verhaal

    In de collectie van Museum Rotterdam zit een unieke verzameling geschenkartikelen van Van Nelle.

  • Goudsmederij G.H. van Ierland

    • Verhaal

    Dit ensemble geeft een beeld van een kleinschalige goudsmederij binnen een Rotterdamse familietraditie – een verhaal van vakmanschap en ondernemerschap.

Museum Rotterdam ’40-’45 NU verhuist!

Bezoek ons nog één keer op de huidige locatie, tot en met 15 november 2026.