Direct naar inhoud

Wonen aan de Westersingel

Een groot deel van de collectie van Museum Rotterdam is afkomstig uit Rotterdamse woningen en bedrijven. Soms waren die bepalend voor het stadsbeeld, maar vaker vormden ze juist de vertrouwde woon- en werkomgeving van stadsgenoten. Het bijzondere woninginterieur van dit ensemble behoorde tot de welvarende, Joodse familie Polak-Rosenthal. Maak kennis met enkele familieleden, bewonder het uitbundige houtsnijwerk van hun neorococo meubels en laat je meevoeren op een ontdekkingsreis door hun voormalige woning aan de Westersingel in Rotterdam.

De familie Polak-Rosenthal

Op 12 juli 1865 treden Abraham Jeremias Polak en Jeannette Rosenthal in Oostenrijk in het huwelijk. Hij is afkomstig uit een ondernemende Rotterdamse familie die generaties lang de groothandel in stoffen A.J. Polak & Zonen leidt. Zij is de dochter van de welgestelde textielfabrikant Philipp Rosenthal, die een belangrijke rol vervult in de Joodse gemeenschap van Hohenems. Het pasgetrouwde paar vestigt zich aan de Schiedamsesingel in Rotterdam, waar hun vijf kinderen worden geboren.

Het gezin verhuist in 1874 naar de Westersingel. Een jaar later overlijdt Jeanette, twee dagen na haar dertigste verjaardag, in Menton – een chique kuuroord aan de Franse Rivièra. Na haar vroege dood wordt een ‘getrouwe en naauwkeurige beschrijving’ van de inboedel opgesteld. Deze inventaris, waarin talrijke kostbare meubels per vertrek zijn vastgelegd, biedt een waardevol inzicht in het woninginterieur van dat moment.

Twee van de kinderen, Josephina en Ida, blijven de rest van hun leven in het ouderlijk huis wonen. Na Ida’s overlijden in 1933 schenkt Josephine Polak de meubels aan Museum Rotterdam.

Josephine Polak overlijdt in 1938 en laat deze zijden japon dan na aan het Rijksmuseum. Mogelijk is de japon een erfstuk van haar moeder. Collectie Rijksmuseum Amsterdam.

Woning aan de Westersingel

Wanneer het echtpaar Polak-Rosenthal in 1874 naar de Westersingel verhuist, gaat hun dienstbode Cato Ferno met hen mee. Van het dubbele woonhuis zijn bouwtekeningen bewaard gebleven met een plattegrond, doorsnede en aanzicht. Deze tekeningen uit 1870 geven een helder beeld van de indeling van de woning. Op de begane grond bevinden zich onder andere de keuken, provisiekamer en tuinkamer. Via een statige trap bereikt men de eerste verdieping, de bel-etage, met de fraaiste, hoogste en meest representatieve vertrekken. Daarboven ligt de slaapverdieping en nog hoger de zolder, met twee kamers voor dienstbodes.

Hoewel de Westersingel nog altijd bestaat, is de woning van de familie Polak verdwenen – evenals de omliggende villa’s. In 1961 werd dit deel van de singel gesloopt ten behoeve van de doorbraak naar de nieuwe Westblaak. Dankzij de bouwtekeningen uit 1870 en de boedelinventaris van 1875 hebben we echter nog altijd een goed beeld van hoe het interieur er aan het einde van de negentiende eeuw moet hebben uitgezien.

Afbraak van huizen aan de Westersingel, met uiterst rechts de vroegere woning van de familie Polak-Rosenthal. Nationaal Archief Den Haag, fotocollectie Algemeen Nederlands Fotopersbureau. Herbert Behrens (1961).

De Zaal

Op de plattegrond is te zien dat ‘de Zaal’ zich aan de achterzijde van het huis bevindt. Drie hoge ramen zorgen voor daglicht, maar glasgordijnen, zware overgordijnen en draperieën maken het vertrek toch tamelijk donker. Een haard zorgt voor verwarming en op de vloer ligt een kostbaar kleed. Rijk gedecoreerde plafondlijsten verfraaien de ruimte. Naast de schouw staat een mahoniehouten spiegelkast met fraai porselein. De zaal is ingericht voor de ontvangst van gasten; naast de canapé vermeldt de boedelinventaris niet minder dan zestien stoelen.

Oorspronkelijk hoorde de chaise longue niet thuis in zo’n representatieve ontvangstruimte als deze. Waar de canapé diende voor conversatie, was de chaise longue bedoeld als rustmeubel voor de vrouw des huizes. In de literatuur wordt dit meubelstuk dan ook beschouwd als typisch vrouwelijk en verbonden met het intieme, persoonlijke domein van het boudoir. Tegen het einde van de negentiende eeuw, wanneer een meer informele sfeer opgang maakt, verschijnt de chaise longue echter steeds vaker in de salon en zitkamer.

De opstelling van de meubels in de Zaal is gebaseerd op de plattegrond, boedelinventaris en op foto’s nagelaten door andere welgestelde Rotterdammers.

Voorkamer

In de voorkamer van de familie Polak bieden twee hoge ramen uitzicht op de Westersingel. Ook hier worden de raampartijen verfraaid met gordijnen en ornamenten, terwijl een haard voor warmte zorgt. Dit vertrek is iets kleiner dan de Zaal en beschikt over een zijkamertje, waar een naaimachine staat opgesteld.

De voorkamer is vooral bedoeld voor gebruik in intiemere kring en heeft daardoor een persoonlijker karakter. Op de consoletafel staan talrijke foto’s in zilveren lijstjes, goed zichtbaar vanuit de stoelen rond de spinnenkoptafel met inlegwerk. Boven de schouw hangt een spiegel die de sierlijke objecten in de ruimte weerkaatst. Tussen de ramen staat bovendien een elegante damessecretaire. Eerder stond dit pronkmeubel in de Zaal, waar het bijdroeg aan het representatieve karakter van die ruimte. In deze voorstelling verschijnt het echter als een zorgvuldig gekoesterd erfstuk van dochter Josephine, die het overlaadde met herinneringen aan ‘Maman’.

Ook de weergave van de voorkamer is gebaseerd op de woningplattegrond, de boedelinventaris en foto’s van andere welgestelde inwoners.

Uitbundige meubels

De meubels die Josephine Polak in 1933 aan Museum Rotterdam schenkt, zijn gemaakt door de Rotterdamse firma Johann Diedrich Schmidt & Co. Binnen dit bedrijf leverde Cord Heinrich Schmidt, tekenaar en ornamenteel beeldhouwer, een belangrijke bijdrage. Tijdgenoten prezen hem om zijn levendige snijwerk, dat ook zichtbaar is in dit ensemble met elegante krullen en rocailles.

Tussen 1850 en 1900 laten veel ambachtslieden en ontwerpers zich inspireren door historische stijlen, de zogeheten neostijlen. Vooral de neorococo is geliefd, met rijk versierd houtwerk vol krullen, golven, bloemen en schelpen. Ook de familie Polak kiest in 1860 voor deze rijkversierde en comfortabele meubels, die luxe en welvaart uitstralen.

Later raakt de uitbundige stijl uit de gratie. Zo spreekt architect J.B. Kam in 1886 spottend van ‘versiering bij het kilogram’, terwijl twintigste-eeuwse smaakmakers de stijl als oneigen afwijzen. Huishoudhandboeken vinden de vele ‘overtolligheden’ in dergelijke interieurs niet alleen smakeloos, maar ook weinig doelmatig en uiterst onhygiënisch.

Pas veel later volgt herwaardering. In 1995 worden verschillende meubels van de familie Polak getoond in het Rijksmuseum. Die tentoonstelling – met de provocerende titel De Lelijke Tijd – vormt het begin van een nieuwe kijk op deze pronkstukken.

De rijk versierde vitrinekast laat het levendige, elegante snijwerk zien waarvoor Cord Heinrich Schmidt door zijn tijdgenoten zo werd geprezen. Collectie Museum Rotterdam.

Constructie van het ensemble

De meubels van de familie Polak zijn door de jaren heen onderzocht, beschreven en gepresenteerd, maar de historische context bleef onderbelicht. In 2022 deed Eva, student aan de Erasmus Universiteit, samen met het museum onderzoek naar de familie, hun woning en de meubelmakers. Speciaal voor deze serie ensembles maakten we een beknopte versie van dit onderzoek.

Uitgangspunt vormden de plattegrond van de woning en de boedelinventaris. Daaruit blijkt dat de meeste meubels afkomstig zijn uit ruimtes die destijds werden aangeduid als ‘De Zaal’ en de ‘Voorkamer’. Deze benamingen hebben we overgenomen. Foto’s van dit specifieke interieur zijn niet bekend, maar wel van vergelijkbare rijke interieurs uit dezelfde periode – en die gebruikten we als inspiratie voor de reconstructies.

In het museumdepot zijn de meubels in verschillende ensembles opgesteld, en gefotografeerd door Lotte Stekelenburg. Met behulp van een historisch script voegde Robert van Herk lijntekeningen toe, om zo van het huis weer een ‘thuis’ te maken.

De opstelling en fotografie van het ensemble met Robbert, Eva en Jasper in 2022. Lotte bereidt buiten beeld de fotografie voor. Foto Mayke Groffen, Museum Rotterdam.

Meer weten over de objecten uit dit ensemble?

Zoek in onze collectie naar objecten van de familie Polak-Rosenthal

Bekijk hier de andere ensembles

  • Wagenmakerij W. Hoogvliet

    • Verhaal

    Willem Hoogvliet begint in 1895 zijn wagenmakerij. Zijn werkplaats lijkt op vele andere, maar hij maakt gelukkige keuzes. Zo verhuist hij op tijd naar een gunstige locatie en investeert vroeg in machines.

  • Goudsmederij G.H. van Ierland

    • Verhaal

    Dit ensemble geeft een beeld van een kleinschalige goudsmederij binnen een Rotterdamse familietraditie – een verhaal van vakmanschap en ondernemerschap.

Museum Rotterdam ’40-’45 NU verhuist!

Bezoek ons nog één keer op de huidige locatie, tot en met 15 november 2026.