Maria Rutgers-Hoitsema
Maria Rutgers-Hoitsema (1847-1934) Foto C.A.G. Leijenaar, ca. 1900, Stadsarchief Rotterdam
Mietje, kort voor Maria, was van Friese afkomst. In 1873 verhuisde ze naar Rotterdam, waar ze aan de slag ging als onderwijzer en hoofd van een meisjesschool voor uitgebreid lager onderwijs (ulo). Ze stopte in 1885 met werken toen ze trouwde met de arts Jan Rutgers. Zowel Mietje als Jan waren sterk betrokken bij maatschappelijke vraagstukken, waaronder de rechten en positie van de vrouw.
Vanaf het midden van de 19de eeuw streden steeds meer vrouwen voor gelijke rechten. Ook Rutgers-Hoitsema kwam in actie en ontwikkelde zich tot een boegbeeld van het feminisme. In 1894 richtte ze de Rotterdamse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht op en werd de eerste president. Het zou overigens nog tot 1917 duren voordat vrouwen passief kiesrecht kregen, en twee jaar later volgde actief kiesrecht.
In 1895 richtte Rutgers-Hoitsema de Vereeniging ter Behartiging van de Belangen der Vrouw op. Hiervoor organiseerde zij onder meer lezingen. Bijvoorbeeld over het intellectuele vermogen van vrouwen. Hierin verdedigde ze de geschiktheid van vrouwen voor universitaire studies; dit werd namelijk door een psychiater bestreden! Later was ze nog betrokken bij allerlei andere initiatieven, zoals de Vereeniging Onderlinge Vrouwenbescherming die hulp verleende aan ongehuwde moeders.
Maria Rutgers-Hoitsema is opgenomen in de Canon van Rotterdam.
Lees hier de verhalen van de andere vrouwen uit de tentoonstelling
-
Maria Catharina van Dooren
-
Verhaal
Maria Catharina van Dooren (1769-1832), Schilderij door Hendrik Groen, ca. 1930, Museum Rotterdam
-
-
Hermina Emerantia Hollert
-
Verhaal
Hermina Emerantia Hollert (1792-1880) Schilderij door Cornelis Cels,1839 Particuliere collectie, foto RKD Den Haag
-