Museum Rotterdam

Ontdek

Mode in Museum Rotterdam #1

25 jaar aan mode-illustraties wordt online gezet

Sjouk Hoitsma is conservator en curator bij Museum Rotterdam met een specialisme in historische én hedendaagse mode. Iedere maand schrijft zij over haar favoriete mode-items uit de collectie van Museum Rotterdam. Hieronder lees je haar eerste blog over de prachtige mode-illustraties van Gerda van Gijzel:

Eigenlijk iedereen die de jaren 1960 tot 1985 bewust meemaakte heeft de mode-illustraties van Gerda van Gijzel wel gezien. Bijna dagelijks stonden de advertenties in de kranten van modeketens als Witteveen, Vinke, Tweka, C&A, Livera en inkoopcombinaties Daco en Annemarèl. Echter wist bijna niemand dat de duizenden tekeningen voor deze advertenties gemaakt werden door Gerda van Gijzel.

In 1998 schonk Van Gijzel haar gehele, door haarzelf zorgvuldig gedocumenteerde collectie mode-illustraties voor advertenties aan Museum Rotterdam. Als bron en referentie voor de mode en kostuumcollectie was dit een zeer waardevolle aanwinst. In de tentoonstelling Het geluk van de huisvrouw in 2003 werd een deel van deze collectie getoond. Van Gijzel maakte recentelijk zelf een boek over deze collectie: Modebeelden 1959-1993. Dit was het moment om de mode-illustraties en advertenties in de museumcollectie ook digitaal te ontsluiten zodat iedereen opnieuw kan genieten van de tijdsbeelden die deze illustraties oproepen.

Eerste Tekening Ca 1959

Eerste tekening van Van Gijzel voor C&A, 1959

De illustraties en bijbehorende advertenties zijn een fantastische bron van informatie.  We zien de snit, het stofgebruik, de modelijn, de stilering, het woordgebruik, de dateringen en niet te vergeten de prijs van de aangeboden kleding. De illustraties voor advertenties zijn heel doelmatig. De klant moest het kledingstuk in de winkel direct kunnen herkennen.

Maar in de illustraties worden de lijnen en de verhoudingen van de figuur zelf geïdealiseerd. Dit zorgde ervoor dat de klant zich in de afgebeelde figuur kon verplaatsen. Door gebruik te maken van een prototype gezicht, zonder individualiteit en met de kenmerken van de make-up en de kapsels van het seizoen, werd ingespeeld op de stille wens van de modegevoelige vrouw. Ideaal en werkelijkheid werden zorgvuldig op elkaar afgestemd. Het feit dat Van Gijzel deze vertaalslag elk seizoen opnieuw met succes realiseerde, getuigt van een groot talent, creativiteit en een professionele aanpak. Tevens geven de illustraties juist daardoor zo goed de smaak van de tijd weer.

Illustraties 1960 1961

Illustraties Van Gijzel, 1960 - 1961

De praktijk achter de illustraties is heel bijzonder. Van Gijzel vertelt erover in haar recente boek  “Het was een regel: als de rokken kort zijn, zijn de hoofden groot en als de rokken lang zijn, zijn de hoofden klein. De verhoudingen werden daardoor dikwijls bizar”. In de jaren zeventig tekende van Gijzel vele kinderkledingadvertenties voor C&A dus: “Soms kwam het voor dat ik een van de kinderen vroeg om even een jasje of een broekje aan te trekken en dan maakte ik een snelle schets van een plooival. Ze hadden daar niet altijd zin in, maar daar vond ik iets op. Poseren voor een dubbeltje noemde ik dat.”

Dat het bijzonder was dat zij als getrouwde vrouw een eigen tekenstudio had drong amper tot haar door: “Eigenlijk was ik, zonder dat ik me daar van bewust was, heel geëmancipeerd. Ook al werd dat woord niet veel gebruikt in 1960. Ik vond het normaal dat ik met mijn talent doorwerkte. Trouwen en kinderen krijgen en daarnaast mijn tekenstudio hebben, was voor mij vanzelfsprekend.”

Illustratie Advertentie Daco 1976 En 1978 D

Illustraties voor advertenties Daco, 1976 en 1978

In de jaren zeventig kreeg Van Gijzel vaak grote opdrachten van de Daco-groep: “Het was november 1975 en ik kreeg de opdracht om een voorjaarsfolder in kleur te tekenen. De illustraties moesten vrolijkheid uitstralen maar ook helder van kleur zijn. Nu is dat in november, met het loodgrijze sombere weer, een hele opgaaf. Omdat ik de tekeningen in de aquareltechniek zou maken had ik licht nodig […] Ik bedacht me geen moment , boekte een hotel in Zuid Spanje en vertrok met een koffer vol kleding. Tekenspullen ingepakt inclusief groot karton dat ik als werkplank  kon gebruiken en daar ging ik.”

Van Gijzel werkte langere periodes voor eenzelfde opdrachtgever. Ze begon haar carrière bij C&A in 1959 als leerling op de tekenafdeling. Hier leerde ze kneepjes van het vak. In 1960 begon zij als freelancer te werken voor reclamebureaus. Zo tekende ze 13 seizoenen lang de advertenties voor Witteveen waar confectie uit het duurdere segment werd verkocht. Tweka was ook een leuke opdrachtgever. De folder voor de badmode voor seizoen 1961 is een lust voor het oog (zie onder). In 1969 kreeg Van Gijzel weer grote opdrachten van C&A. Tot 1975 tekende ze wekelijks vele figuren voor de dagbladadvertenties. Vanaf 1973 tekende Van Gijzel ook de advertenties voor o.a. inkoopcombinatie Daco voor de betere damesconfectie. Vanaf 1979 was de lingerieketen Livera een grote opdrachtgever.

Folder Voor Tweka 1961 En Advertentie Voor Witteveen 1962

Folder voor Tweka (1961) en advertentie voor Witteveen (1962)

De illustraties van Van Gijzel waren niet gesigneerd. Haar naam, destijds Gerda van Tol,  was niet bekend bij het grote publiek. Gelukkig zijn haar illustraties en de advertenties waarvoor ze zijn gebruikt en die in de museumcollectie worden bewaard, nu wel terug te leiden naar haar persoon. In de online collectiedatabase zullen ze binnenkort eindelijk onder haar eigen naam te vinden zijn.

Literatuur:

  • Gerda van Gijzel Modebeelden 1959 tot 1993. Bussum, 2016 www.gerdavangijzel.nl
  • Gerda van Gijzel De illusie van de modetekening, Plooival en stofuitdrukking. De Bilt, 1987
  • Sjouk Hoitsma De interpretatie van een illusie. Mode-illustraties van Gerda van Gijzel uit de jaren 1960-1985, ongepubliceerde doctoraalscriptie Kunstgeschiedenis, Rijksuniversiteit Leiden, 1998
  • Ietse Meij “Honderd jaar vraag en aanbod in de kleding voor de massa” in Mode voor iedereen, confectie 1880-1980. Tent. Cat. Den Haag (Haags Gemeentemuseum) 1980, p. 19-44